echo
mannelijk (de)/ˈɛxo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) een hoorbare terugkaatsing van een gemaakt geluidWie is de burgemeester van Wezel ... ezel..ezel. Is een bekend zinnetje om de echo te testen.
- (elektronica) een herhaald elektronisch signaal
- verkorting voor echografieDe zwangere vrouw heeft een echo laten maken.
Etymologie
*afgeleid van het Griekse èchō (weergalm)
Vertalingen
Engelsecho
Fransécho
DuitsEcho
Spaanseco
Italiaanseco
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek