echo

mannelijk (de)/ˈɛxo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziek (muziek) een hoorbare terugkaatsing van een gemaakt geluid
    Wie is de burgemeester van Wezel ... ezel..ezel. Is een bekend zinnetje om de echo te testen.
  2. elektronica (elektronica) een herhaald elektronisch signaal
  3. verkorting voor echografie
    De zwangere vrouw heeft een echo laten maken.

Etymologie

*afgeleid van het Griekse èchō (weergalm)

Vertalingen

Engelsecho
Fransécho
DuitsEcho
Spaanseco
Italiaanseco