eïs
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) een met een halve toon verhoogde toon "e"De toon “eïs” klinkt in de getempereerde stemming gelijk aan de toon “f”.
- (muziek) de grondtoon (tonica) van de “eïs-mineurtoonladder”, tevens een korte aanduiding van die toonladderOp de notenbalk van een etude in eïs, staan acht kruisen als voortekens.
- (muziek) de grondtoon van het “eïs-mineurakkoord”, de kleine drieklank op de eerste trap (tonica-akkoord) van de kleinetertstoonladder op die toonDe drie tonen van het eïs-mineurakkoord (symbool: Em) in grondligging, zijn: eïs - gis - bis.
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘met een halve toon verhoogde e’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1890
Vertalingen
EngelsE-sharp, Eïs-sharp minor, E-sharp minor
Fransmi dièse, mi dièse mineure, mi dièse mineur
Duitseïs, eïs-Moll, eïs-Moll
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek