dwergeik
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- eik die niet hoger wordt dan 2 meterOok mochten ze, na een werkweek als jager-verzamelaar, in het weekend niet ontspannen tussen de rednecks in Lake Placid, het dichtstbijzijnde dorp. Archbold zou erop hebben aangedrongen dat ze zich zouden gedragen zoals ze het thuis gewend waren geweest, als organisch deel van het landschap. Geen weekend weg te denken van deze oude zandrug, net zomin als de palmetto's met hun dolkscherpe bladeren, of de dwergeiken die nooit hoger worden dan twee meter. NRC Tijs Goldschmidt 26 september 1998 [https://www.nrc.nl/nieuws/1998/09/26/papoeas-uit-eigen-tuin-op-zoek-naar-de-geimporteerde-7416348-a8525 Papoea's uit eigen tuin; OP ZOEK NAAR DE GEÏMPORTEERDE NIEUW-GUINEËRS VAN RICHARD ARCHBOLD]In totaal is door de vier branden al bijna 2.300 hectare bos vernield. Volgens de media legden de vlammen natuurgebieden met laurier- en pijnbomen, dwergeiken en steekpalmen in de as. Wongebieden bleven tot nog toe gevrijwaard van de brand. De Standaard 13/09/2013 om 19:11 door jns [http://www.standaard.be/cnt/dmf20130913_00739942 Vuurzee vernielt 1.600 hectare bosgebied in Galicië]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek