dweil
mannelijk (de)/dʋɛi̯l/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een stuk weefsel in natte vorm gebruikt om een gladde vloer te reinigenMaak die dweil eerst eens schoon, anders verplaats je het vuil alleen maar.
Etymologie
* Via het Middelnederlands dwegel en door palatalisering van de -g- ontstond -ei-, afgeleid van het Middelnederlands dwaen (wassen)
Vertalingen
Engelsfloorcloth, mop
Fransserpillière
DuitsWischtuch
Spaansfregona
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek