dwarskop

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. eigenwijs en onhandelbaar persoon
    Schril contrast met het personage van Raoul Hedebouw, kamerlid voor Luik en woordvoerder van de PVDA-PTB. Hedebouw wordt als een sympathieke en volkse dwarskop neergezet, met een hoog knuffelgehalte.de Standaard 18 juni 2015 Christophe Deborsu
    Dat president Hollande inmiddels zal beseffen dat het allemaal zo vanzelfsprekend niet is, komt goeddeels door Frigide Barjot, vijftig jaar geleden in Lyon geboren als Virginie Merle - haar bijnaam kreeg ze in haar studententijd. Ze is een ánar de droite'- een rechtse dwarskop. En zo katholiek dat ze zichzelf al eens tot persvoorlichter van Jezus uitriep. Dertien jaar geleden streed ze voor het recht van homo's een samenlevingscontract af te sluiten.Volkskrant ARIEJAN KORTEWEG 12 januari 2013

Vertalingen

Engelscross-grained, cross-patch, fractious person