dwaashoofd
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een dom persoonToen begreep ik, dat hij een allergelukkigst onderwerp voor eene karakterschets op kon leveren, in zijne dubbele hoedanigheid als dwaashoofd en gierigaard. Reisontmoetingen. [https://www.dbnl.org/tekst/_muz001muze01_01/_muz001muze01_01_0028.php (1834-1835)– [tijdschrift] Muzen, De]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek