durf
mannelijk (de)/ˈdʏrᵊf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het vermogen om moed te tonenHeb jij de durf om het anders te doen.
- iets kunnen doen wat nuttig is maar ook gevaarlijkHij had de durf om tegen zijn baas te zeggen dat het werk te zwaar en te gevaarlijk is.
Etymologie
*hier komt de etymologie van het woord-->
Vertalingen
Engelscourage, daring
Spaansvalentía, valor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek