woorden
boek
Start
›
D
›
duorijder
duorijder
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
passagier op een bromfiets of motor die achter de bestuurder zit
Etymologie
* afleiding van rijder
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← duopresentator
duosprong →