duik

mannelijk (de)/dœyk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een sprong waarbij men zich -meest ondersteboven- onder water begeeft
    Op 10 juli 2019 bereikt la belle fille op haar racefiets zwoegend de top. Ze zou net als haar voorgangers uit de 17de eeuw ook wel een frisse duik willen nemen, maar voorlopig volstaan gulzige slokken uit haar bidon.
  2. het zich in water onderdompelen
    Ik stopte alleen om af en toe een duik in een meertje te nemen.

Vertalingen

Engelsdive
Spaanszambullida