duel

onzijdig (het)/dyˈwɛl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gevecht tussen twee personen, gewoonlijk onder bepaalde regels
    In de negentiende eeuw was het houden van duels vrij algemeen tussen heren van stand.
  2. duel wedstrijd tussen twee personen of twee ploegen
    Het duel tussen FC Twente en Heracles beloofde weer ongemeen spannend te worden.
    Even later tekende Lewandowski wel voor zijn tiende Champions League-treffer. Oud-Ajacied Maximilian Wöber ging het duel met de Poolse spits veel te lomp in, waarna Lewandowski zijn zelf verdiende strafschop snoeihard in de linkerhoek schoot: 1-0.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tweegevecht’ voor het eerst aangetroffen in 1636

Vertalingen

Engelsduel
Spaansduelo