Dubbelaar
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die twee draden samenvoegt tot één draad
- iemand die samen met een partner een dubbelspel speelt bij tennis
- dubbel LP; een muziekalbum bestaande uit twee langspeelplaten
Etymologie
* afleiding van van dubbelen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek