woorden
boek
Start
›
D
›
druisen
druisen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
continu een hoop lawaai maken
een boos geluid maken
een pruttelend geluid maken
Etymologie
* uit 1562
Synoniemen
ruisen
suizen
tieren
razen
bruisen
borrelen
koken
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Druisdijk
druist →