druipsteen

mannelijk (de)/ˈdrœypsten/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. steen ontstaan door druppelend kalkrijk water
    Het open treintje rijdt met grote snelheid door de bochtige, onderaardse gang. Wind suist langs de passagiers, die hun hoofden net op tijd intrekken als een puntige druipsteen laag boven de route hangt. Het donker verandert in schemer en het schemer in licht - plotseling staat de trein stil in een immens grote, onderaardse, verlichte hal waarin duizenden druipsteenformaties wedijveren om welke de mooiste is. ‘Dat is de walvisbek. Daar staat de suikertaart. En dat noemen we een gordijn’, zegt Branko Dvorscak, terwijl hij wijst naar het hoge plafond waaraan een bijna doorschijnende sliert aaneengesloten stenen pegels hangt. ‘Die heeft er honderden eeuwen over gedaan om zo mooi, zo perfect te worden.’Volkskrant Wil Thijssen Bart Mühl 7 november 2009

Vertalingen

Engelsdrip block