druiper
mannelijk (de)/ˈdrœypər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) geslachtziekte veroorzaakt door de bacterie Neisseria gonorrhea
- (bouwkunde) gevelversiering, tevens bedoeld om regenwater snel af te voeren
- (bouwkunde) puntig uitlopende knop ter versiering op bijv. het kruispunt van twee gewelfribben
- (plantkunde) bepaald soort pruim
Etymologie
* van druipen
Vertalingen
Engelsgonorrhea, gonorrhoea
Fransblennorragie, gonorrhée
DuitsGonorrhö, Tripper
Spaansgonorrea
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek