drugshol

onzijdig (het)/ˈdrʏkshɔl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. misdaad, pejoratief (misdaad) (pejoratief) ongure plaats waar verdovende middelen worden gebruikt
    Trump zou maandag een speech over de opiatencrisis geven in New Hampshire, een staat die hij vorig jaar omschreef als ‘een drugshol’.
    Hij was een man van de actie, niet te beroerd om met ‘zijn’ agenten een drugshol binnen te vallen.

Etymologie

*, leenvertaling van "drug den"