droomtijd
mannelijk (de)/ˈdromtɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) heel korte duur waarin een sportprestatie is geleverd (bij sporten waarin het om snelheid gaat)
- heel fijne periode
- mythologie van de Australische Aborigines
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek