drooglegging

vrouwelijk (de)/ˈdroxlɛɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het droogmaken van een bepaald gebied door het water weg te pompen
    Vervolgens somt hij op wat hij nu, op een afstand, als positief aan Nederland ervaart: de befaamde reinheid, de klare contouren van het landschap, het gevoel voor humor, het droogleggingsproject en het Deltaplan. Daar blijft het bij. Hij bekritiseert de slappe Nederlandse politiek, het taboe van de periode '40-'45, de sensatiebeluste `Libelle-houding' die men heeft ten opzichte van het koningshuis, zonder enige kritiek te durven uiten. 62 {{Aut|Spoor, Hendricke
  2. het hoogteverschil tussen het grondoppervlak en de waterspiegel in een waterloop
  3. een verbod op de productie, verkoop en gebruik van alcohol
    Het communisme is net als de drooglegging: een goed idee maar het werkt niet. Dat zegt mijn man... Die heilige roden... Neem Nikolaj Ostrovski, die was heilig! Maar wat hebben ze een bloed laten vloeien. {{Aut |Aleksievic, Svetlana Aleksandrovna
    In de afgelopen 35 jaar is er nooit iemand bezopen geweest Bert Jacobs De drooglegging is al sinds 1 januari van kracht. De SWOA stelt dat het alcoholverbod van belang is ter bevordering van een gezonde leefstijl. Bovendien heeft de stichting geen zin meer om tijd te steken in het regelen van drankvergunningen. Tubantia Harry van der Ploeg 10-maart-2017

Etymologie

* van droogleggen

Vertalingen

Engelsdrainage, draining, impoldering