dromedaris
mannelijk (de)/ˌdrɔməˈdarɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (evenhoevigen) , herkauwer uit Afrika met vetbult op de rug
- (vlinders) een nachtvlinder uit de familie Notodontidae, de tandvlinders. De voorvleugellengte bedraagt tussen de 18 en 24 millimeter. De soort komt verspreid over Europa en Klein-Azië voor. Hij overwintert als pop
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘hoefdier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsdromedary
Fransdromadaire
DuitsDromedar
Spaansdromedario
Italiaansdromedario
Portugeesdromedário
Russischдромадер
Turkshecin
Poolsdromader
Zweedsdromedar
Deensdromedar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek