drinker

mannelijk (de)/ˈdrɪŋkər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die (te veel) alcohol drinkt
    De zware drinker sloeg zijn vrouw iedere dag.
    Hij ontkende dat hij een drinker was, maar de bloedtesten bewezen dat hij toch echt veel te veel zoop.

Etymologie

*afgeleid van de stam van drinken