drillen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. intr (intr) schudden, trillen
    toen hij de pot met pudding op tafel zette, stond die nog geruime tijd na te drillen
  2. ov, militair (ov) (militair) oefeningen doen, exerceren op harde wijze, africhten
    Deze lerares drilde de leerlingen zodanig dat ze op het examen geen fouten meer konden maken.
  3. ov, werktuigbouwkunde (ov) (werktuigbouwkunde) boren (van het Engels)
zelfstandig naamwoord
  1. primaten (primaten) een geslacht uit de Afrikaanse regenwouden behorende tot de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae)

Etymologie

* "dril" met de uitgang -en

Vertalingen

Engelsexercise, practise
Spaansejercitar