drijven
Betekenis
werkwoord
- op het oppervlak van een vloeistof (voornamelijk water) rustenDe in het water gevallen boomstam dreef langzaam naar zee.Gaat dit toch verkeerd? Dan is de beste tip weer: gewoon met de stroom mee drijven.
- in de lucht zwevenTraag dreven de wolken door de lucht.
- (figuurlijk) doorweekt zijn, erg nat zijnToen zij uren in de regen hadden gelopen, dreven ze van het water.
- iets of iemand voor zich uit doen bewegenDe herders dreven de kudde naar de omheining.
- (handel) plegen, (een zaak) leiden, uitoefenen, besturenHij dreef de zaak met grote kundigheid.
- slaan, (met kracht) inbrengenHij dreef de spijker met krachtige slagen in het hout.Zij nam Aeneas' zwaard, drukte de wens uit dat de verrader de rook van haar brandstapel op zee zou zien en dreef het metaal diep in haar lichaam.
- figuren op metaal uitkloppen, ciseleren
- aansporen, bewegen totDeze ontwikkelingen alarmeerden Slovenen en Kroaten, en dreef hen snel richting onafhankelijkheid
- drijven tot: dwingenDe honger dreef de mensen tot vluchten.
Etymologie
*van het Middelnederlands driven; vergelijk triben en driban
Vertalingen
Engelsfloat, drive
Duitsschwimmen, treiben
Spaansflotar, aboyar, nadar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek