drieklank

mannelijk (de)/ˈdriklɑŋk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een foneem dat uit drie klinkers bestaat die binnen één lettergreep in elkaar overgaan
    In het Nederlands komen geen drieklanken voor.
  2. muziek (muziek) de samenklank van drie unieke tonen (gelijke tonen in andere octaven tellen niet mee), die zodanig samenklinken dat zij voor het muzikale oor samensmelten tot een gestalte
    De drieklank “ c1 - e1 - g1 - c2 “ is een majeurakkoord.

Uitdrukkingen

  • een grote drieklankeen akkoord met reine prime, grote terts en reine kwint
  • een kleine drieklankeen akkoord met reine prime, kleine terts en reine kwint
  • een overmatige drieklankeen akkoord met reine prime, grote terts en overmatige kwint
  • een verminderde drieklankeen akkoord met reine prime, kleine terts en verminderde kwint
  • een dubbel verminderde drieklankeen akkoord met reine prime, verminderde terts en verminderde kwint
  • een hard verminderde drieklankeen akkoord met reine prime, grote terts en verminderde kwint

Vertalingen

Engelstriphthong, triad
Franstriade
DuitsTriphthong, Dreiklang