driebanden
onzijdig (het)/driˈbɑndə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport) biljartspel waarbij men pas scoort indien met de gespeelde bal minstens driemaal een band is geraakt voordat deze de tweede aanspeelbal raakt
werkwoord
- (inerg) (sport) spelen van het biljartspel waarbij men pas scoort indien met de gespeelde bal minstens driemaal een band is geraakt voordat deze de tweede aanspeelbal raakt
Etymologie
*: samenstellend afgeleid van "drie" en "band"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek