dreiging

vrouwelijk (de)/ˈdrɛiɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vervelende gebeurtenis die in het vooruitzicht is gesteld
    De dreiging van opsluiting werd de inbreker te veel en hij stopte ermee.
    Door het massale karakter van de bijeenkomsten was er een voortdurende dreiging van oproer.
    Minister Micky Adriaansens van Economische Zaken wil dat eenmanszaken hun vestigingsadres straks volledig kunnen afschermen in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KVK). Ondernemers moeten als alternatief dan wel een postadres registreren. KVK schermt nu al op verzoek af bij een vermoeden van dreiging.

Etymologie

* van dreigen

Vertalingen

Engelsthreat, menace
Spaansamenaza