dreadlocks

/ˈdrɛtlɔks/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kapsel dat bestaat uit bundels vervilt haar, dat op een natuurlijke wijze kan ontstaan wanneer krullend haar gedurende enige tijd niet wordt gekamd

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘haardracht van ongekamde krullen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1984

Vertalingen

Engelsdreadlocks