draaistoel
mannelijk (de)/ˈdrajstul/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (meubel) zitmeubel voor één persoon, waarvan de zitting om een verticale as kan draaien vooral in gebruik in kantorenToen het gesprek geëindigd was bleef hij nog een tijdje achterovergeleund in zijn draaistoel zitten, de handen gevouwen op zijn vest met de vulpennen.In de draaistoel, achter het tafeltje met de telefoontoestellen, de drukknopjes en de microfoon zat monsieur Jacquard, de man met de zwarte hoornen bril, het borstelige haar en de rossige snor.
- (techniek) (verouderd) kleine draaibank in de fijnmechanica{{ouds
Vertalingen
Engelsswivel chair
DuitsDrehstuhl
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek