draagstoel

mannelijk (de)/ˈdraxstul/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stoel met draagbalken waardoor men zittend vervoerd kan worden, vaak ook voorzien van een dak en wanden met gordijnen
    De prinses werd vervoerd in een draagstoel.
    De Thaise overheid verwacht tweehonderdduizend bezoekers in Bangkok, die kunnen toezien hoe de koning in zijn draagstoel door de stad wordt gedragen.
    De vroegste farao's gebruikten niet alleen draagstoelen, maar ook ezels als middel van transport.