dovigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een beetje doof
    Poplegende Sting mag dan wat dovig worden, van het hulpmiddel dat hij daar een tijdje voor droeg werd hij ook niet vrolijk. De Telegraaf 10 nov. 2016 [https://www.telegraaf.nl/lifestyle/1293579/sting-deed-gehoorapparaat-de-deur-uit Sting deed gehoorapparaat de deur uit]
    Hij was ook heel ad rem en kon leuk uit de hoek komen. Aznavour was vrij dovig en droeg een gehoorapparaatje. De Telegraaf BARBARA PLUGGE 05 okt. 2018 [https://www.telegraaf.nl/entertainment/2640176/laura-fygi-aznavour-vloog-voor-mij-naar-azie Laura Fygi: ’Aznavour vloog voor mij naar Azië!’]

Etymologie

*afleiding van dovig