dossier

onzijdig (het)/dɔˈʃe/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verzameling documenten en andere vastgelegde informatie, bijeengebracht omdat ze voor dezelfde kwestie van belang zijn
    Iedere patiënt heeft bij de huisarts zijn eigen dossier.
    Hoogleraar Abram de Swaan, jarenlang gevolgd door de veiligheidsdienst, kan nú zijn dossier inkijken: ‘Ik word hier verdrietig van’. [https://www.parool.nl/nederland/hoogleraar-abram-de-swaan-jarenlang-gevolgd-door-de-veiligheidsdienst-kan-nu-zijn-dossier-inkijken-ik-word-hier-verdrietig-van~b22947f4/ www.parool.nl (17 feb 2024)]

Etymologie

* van "dossier", in de betekenis van ‘papieren over één onderwerp’ voor het eerst aangetroffen in 1856

Vertalingen

Engelsfile
Fransdossier
DuitsAkte, Dossier
Spaansexpediente, dosier