dorpskerk

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈdɔrᵊpsˌkɛrᵊk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde, religie (bouwkunde) (religie) een kerkgebouw in een dorp
    Voor een dorpskerk is dit best een groot gebouw.
  2. religie (religie) een kerkgemeenschap in een dorp
    Voor een dorpskerk zijn jullie met behoorlijk veel mensen.

Vertalingen

Engelsvillage church, village church
Spaansiglesia del pueblo
Poolswiejski kościół