dorpsdokter
mannelijk (de)/'dɔrpsdɔktər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een praktijkhoudend huisarts in een dorpMijn opa was een dorpsdokter.Een dorpsdokter kent alle mensen uit het dorp en alle mensen uit het dorp kennen de dorpsdokter.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek