doppen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) het verwijderen van de peulenschillen van erwten, bonen, enzovoort
    De een dopte boontjes, de ander schilde aardappelen.
  2. (België) het krijgen van een uitkering omdat je geen betaald werk hebt

Etymologie

* In de betekenis van ‘pellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401

Uitdrukkingen

  • zijn eigen boontjes doppenvoor zichzelf zorgen

Vertalingen

Engelspod, shell
Fransécosser
Duitsenthülsen