doppen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) het verwijderen van de peulenschillen van erwten, bonen, enzovoortDe een dopte boontjes, de ander schilde aardappelen.
- (België) het krijgen van een uitkering omdat je geen betaald werk hebt
Etymologie
* In de betekenis van ‘pellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401
Uitdrukkingen
- zijn eigen boontjes doppen — voor zichzelf zorgen
Vertalingen
Engelspod, shell
Fransécosser
Duitsenthülsen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek