doorzeuren

Betekenis

werkwoord
  1. blijven bestaan van iets dat vervelend is, iets vervelends niet oplossen
    Slechts twee keer voelde ze zich niet vertegenwoordigd. ,,Nu spreek je niet namens ons, dacht ik dan. Dat was bij die ‘pleur op’-uitspraak in Zomergasten en toen hij meende dat Nederlandse Syriëgangers beter dáár konden sterven. Maar dat kun je heel goed tegen hem zeggen. Dat is zijn kracht: er wordt niks opgekropt. Je kunt enorm last hebben van dingen die doorzeuren.”
    Ik liep als het ware met een rasp in mijn achterste (chafing noemen ze dat in Amerika) wat verschrikkelijk veel pijn deed, het was alsof ik in brand stond. Zelfs met speciaal chafing-poeder (‘Anti Monkey Butt Powder’) bleef de pijn de hele dag doorzeuren.
  2. onophoudelijk klagen
    Volgens Flos zijn Nederlanders erg bedreven in het klagen. ,,Over kleine dingetjes: een ingegroeide teennagel, een vertraagde trein of werken op een feestdag.’’ En dat geklaag heeft ook een functie. ,,Het creëert saamhorigheid.’’ Te lang doorzeuren is echter schadelijk, benadrukt de coach. ,,Het heeft niet alleen effect op jezelf, maar vooral ook op je omgeving. Mensen vinden je uiteindelijk niet meer zo leuk als je vaak klaagt.’’
  3. onophoudelijk op een vervelende manier vragen om zo de eigen zin door te drijven