doorwoelen

/doorˈwulə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) overal wroeten in
werkwoord
  1. inerg (inerg) verdergaan met wroeten
  2. ov (ov) helemaal erdoorheen wroeten, stuk wroeten
    Woensdag zijn de laatste kistjes doorgewoeld op zoek naar die paar rotte uien die er nog tussen zaten.