doortrekken

/ˈdortrɛkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) (een lijn, route e.d.) langer maken in dezelfde richting
    Deze weg is nu doorgetrokken tot over de grens.
  2. erga (erga) zich door een gebied heen begeven
    We zijn de gehele Sahara doorgetrokken.
  3. ov, sanitair (ov), (sanitair) de inhoud van de stortbak van een toilet ledigen
    Ik wilde doortrekken maar de stortbak werkt niet goed.
werkwoord
  1. ov (ov) door een materiaal heen diffunderen.
    Dat hele tapijt is doortrokken met die geur.

Etymologie

*[B] van Middelnederlands "doretrecken", op te vatten als

Vertalingen

Engelsextend, cross, flush
Franstirer la chasse d’eau