doortastendheid

vrouwelijk (de)/dor'tɑstənthɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het kunnen en willen uitvoeren en voltooien van een genomen besluit ook als dat niet vanzelf gaat
    Dat Van Bemmel 24 jaar na dato in Rio de Janeiro opnieuw aan de ring stond en er in Tokio opnieuw bij was, beschouwt hij als een compliment voor zijn doortastendheid. "Dat ik met Orhan Delibas, Peter Müllenberg en Enrico Lacruz drie keer met eigen boksers op de Spelen heb gestaan is iets waar ik best trots op ben. Ik kan tevreden terugkijken op mijn loopbaan."

Etymologie

* afleiding van doortastend

Vertalingen

Engelsthoroughness