woorden
boek
Start
›
D
›
doorreis
doorreis
mannelijk/vrouwelijk (de)
/'dorɛɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
ergens komen tijdens een reis naar wat anders
De oom kwam bij ons op visite toen hij op doorreis was naar Amerika.
Synoniemen
doorrit
doortocht
transito
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← doorregeren
doorreiscamping →