doorlezen

/ˈdorlezə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) voortgaan met lezen.
    Ondanks alle herrie las zij onverstoorbaar door.
    Ik kon niet meer stoppen met lezen. Ik moest ook doorlezen om tot de genade komen die ook in de Bijbel staat.
  2. ov (ov) in zijn geheel lezen.
    We hebben het reglement nog eens goed doorgelezen.
    Het is opvallend hoe weinig studenten hun eigen teksten eerst nog eens kritisch doorlezen, alvorens deze in te leveren;-
werkwoord
  1. ov (ov) een tijdsbestek geheel met lezen doorbrengen.
    Hij doorlas het hele weekeinde.

Etymologie

*[B] van Middelnederlands "dorelesen", op te vatten als <!--

Vertalingen

Spaansleer de cabo a rabo