doorgang
mannelijk (de)/ˈdorɣɑŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- opening waar men doorheen kan gaanIn een deel van deze heuvels moest zich een doorgang bevinden die naar de Vallei der Dwaasheid leidde. {{Aut|Herzen, Frank
- gelegenheid door te gaan
Etymologie
*afleiding van het werkwoord "doorgaan"
Vertalingen
Engelsgangway, gate, passage
Spaanspasadizo, paso
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek