doopceel
onzijdig (het)/'dopsel/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uittreksel uit het doopregister
- iemands geschiedenisIn maart van dit jaar leek Donald Trump al af te steven op een overwinning van de voorverkiezing van de Republikeinse Partij. Maar wie is hij eigenlijk, vroegen veel mensen zich af. Buitenlandredacteur Maartje Somers schreef destijds "een kleine doopceel van de man die in de Amerikaanse verkiezingen de ene overwinning na de andere boekt.NRC 6 maart Arjan Meesterburrie
Uitdrukkingen
- iemands doopceel lichten — het verleden van iemand onderzoeken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek