dooien

/'dojə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. onpr, meteorologie (onpr), (meteorologie) het stijgen van de buitentemperatuur boven het vriespunt waardoor alle ijs en sneeuw begint te smelten
    Het dooide gedurende de dag, maar 's nachts vroor het weer.
  2. erga (erga) (van dingen die bevroren zijn) door een boven het vriespunt stijgende temperatuur vloeibaar worden
    De sneeuw begon te dooien.

Etymologie

* In de betekenis van ‘ophouden te vriezen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287

Uitdrukkingen

  • het kan vriezen en dooienhet is nog niet duidelijk welke kant het opgaat

Vertalingen

Engelsthaw
Fransdégeler
Duitstauen
Spaansdeshelar, deshelarse
Italiaanssgelare