doodschieten

/ˈdotsxitə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) doden met een schiettuig m.n. door een vuurwapen
    Hij werd doodgeschoten bij een ontsnappingspoging.
    Hij schoot de olifant dood.
    Schiet me niet dood, schiet me niet dood,' smeekte ze.

Vertalingen

Engelsshoot dead
Duitserschießen, totschießen