doodlachen

/ˈdotlɑxə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. refl (refl) heel erg hard moeten lachen
    In de loop van vier jaar had Albert daar hele ladingen van gezien, kerels die zich doodlachten als ze een Duitse kogel kregen. {{Aut|Lemaitre, Pierre
    De verwaarlozing van de menswetenschappen zal Nederland duur komen te staan, meent Thomas von der Dunk. Welnee, zegt Bert Brussen. Elke Chinees zal zich doodlachen als hij hoort dat Nederlanders onderzoek hebben gedaan naar de hufterigheid van vleesetersBen Brussen Volkskrant 16 april 2012

Etymologie

*(intensiverende)

Vertalingen

Engelsdie laughing