doodgraver
mannelijk (de)/ˈdotxravər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (beroep) persoon die een graf graaftDe doodgraver had een veel hoger tractement dan de koster, namelijk 312 gulden per jaar.Peter Bitter, L. Noordegraaf, De Sint Laurens in de steigers: bouwen, beheren en restaureren van de Alkmaarse Grote Kerk, 2002
- (kevers) kever uit een geslacht van kevers uit de familie aaskevers. Soorten uit dit geslacht hebben een voor insecten uitzonderlijke vorm van broedzorgDe doodgraver legt haar eieren in dode dieren.
Vertalingen
Engelsgravedigger, burying beetle
Fransfossoyeur, nécrophore
DuitsTotengräber, Totengräber
Spaanssepulturero, enterrador, necróforo
Poolsgrabarz
Zweedsdödgrävare
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek