donquichotterie

vrouwelijk (de)/ˌdɔŋkiˌʃɔtəˈri/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tot mislukking gedoemd handelen, ingegeven door dwaas idealisme
    Het toch willen tegenhouden van de bouw van het windmolenpark getuigt van donquichotterie.

Etymologie

*(eponiem), afgeleid van de romanfiguur , in de betekenis van ‘handeling uit onberedeneerd idealisme’ voor het eerst aangetroffen in 1799

Vertalingen

Engelsquixotry
Fransdonquichottisme
DuitsDonquichotterie