donaat
mannelijk/vrouwelijk (de)/doˈnat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- Iemand die al zijn bezittingen aan een klooster gegeven heeft en deelneemt aan het kloosterleven, zonder daarvoor eerst de volledige kloostergeloften afgelegd te hebben
Etymologie
* van doneren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek