domotica
vrouwelijk (de)/doˈmotiˌka/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (elektrotechniek) het automatiseren van de woning aan de hand van elektronicaMet domotica kan jij bijvoorbeeld je verwarming op afstand bedienen.
Etymologie
* Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van elektronica voor thuisgebruik
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek