dommekracht

mannelijk/vrouwelijk (de)/'dɔməkrɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. middel om zonder veel moeite of overleg kracht uit te oefenen
  2. gereedschap (gereedschap) werktuig dat dient om zeer zware voorwerpen op te lichten
  3. dom, log persoon die geen andere waarde heeft dan zijn lichaamskracht

Etymologie

* In de betekenis van ‘werktuig’ voor het eerst aangetroffen in 1660

Vertalingen

Spaanscric, gato
Russischдомкрат