woorden
boek
Start
›
D
›
domheer
domheer
mannelijk (de)
/'dɔmher/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
geestelijke die lid is van het kapittel van een domkerk
Synoniemen
kanunnik
stiftsheer
koorheer
kapittelheer,
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← domheden
domheid →