dolk

mannelijk (de)/dɔlk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kort steekwapen in de vorm van een stevig mes
    Met een lange dolk bracht hij een groot stuk slang naar me toe. Dankbaar pakte ik het aan en nam voorzichtig een hap om te proeven hoe het smaakte.
    Hij moest op een dolk en een keizerlijk vaandel zweren niemand iets te vertellen over wat hij nu te horen zou krijgen.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘steekwapen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1513

Vertalingen

Engelsdagger
Franspoignard
DuitsDolch
Spaanspuñal, daga
Italiaanspugnale
Portugeespunhal
Zweedsdolk
Deensdolk